Eefmeermin
Ooit had ik duikles op Gozo. Ik was daar vierentwintig uur per dag bezig met duiken. Overdag leerde ik hoe ik mijn apparatuur moest gebruiken, hoe ik onder water moest ademen en hoe ik rustig kon blijven wanneer er iets onverwachts gebeurde. Ik voelde me altijd in mijn element in het water. Onder water was dat een ander verhaal. Daar heb ik behoorlijk wat paniek gevoeld. Hoe klein en machteloos zijn we onder water. Ik had me nooit zo gerealiseerd dat water eigenlijk helemaal niet onze plek is. Dat we allerlei hulpmiddelen nodig hebben om er te kunnen zijn. Dat maakte het aantrekkelijk en afschrikwekkend tegelijk.
’s Avonds zat mijn hoofd nog vol met duiken en ook mijn onderbewuste vond het een interessant onderwerp, want zodra ik sliep, dook ik gewoon verder.
In mijn dromen kon ik onder water ademen zonder duikfles, zonder slang en zonder enige vorm van apparatuur. Ik hoefde alleen maar te ademen, zoals ik dat boven water ook deed. Het voelde buitengewoon bevrijdend. Ik hoefde me nergens zorgen over te maken. Er was alle tijd van de wereld en ik kon eindeloos onder water blijven. Ik kon me helemaal overgeven aan de onderwaterwereld.
Daar is mijn fascinatie voor zeemeerminnen en waterwezens ontstaan. Ik vind het zo’n aantrekkelijk idee dat er wezens bestaan die in een wereld leven waar wij alleen met behulp van een heleboel techniek kunnen komen. Voor een zeemeermin is water gewoon haar leefomgeving. Zij hoeft zich er niet op voor te bereiden, ze hoeft haar adem niet in te houden en ze hoeft vooral niet te bedenken hoe ze zo snel mogelijk weer boven moet komen.
Af en toe word ik ’s nachts wakker met het gevoel dat ik ergens diep onder water ben. Het eerste moment is schrikken. Paniek! Ik kan niet ademen, denk ik. Mijn lichaam reageert onmiddellijk op die gedachte en ergens in die paar seconden zit een heel oud soort angst: als ik hier geen lucht krijg, ga ik dood.
Dan gebeurt er iets merkwaardigs. Ik blijf heel stil liggen en probeer voorzichtig adem te halen. Eerst een klein beetje, mijn mond als een tuitje, alsof ik mijn lichaam niet helemaal vertrouw. En dan nog een keer. Tot ik ineens merk dat ik gewoon ademhaal.
Onder water.
Het is een wonderlijke gewaarwording. De paniek zakt weg en maakt plaats voor een diepe ontspanning. Ik geef me over. Ik hoef nergens heen, ik hoef alleen maar te ademen, op de bodem van de oceaan in het mooiste blauw.
Ik word heel fijn wakker.
Hoeveel van ons dagelijks leven wordt bepaald door wat we denken dat mogelijk is? Hoe vaak hebben we al ergens een grens getrokken voordat we werkelijk hebben onderzocht of die grens er wel is? We leren al vroeg hoe de wereld in elkaar zit en nemen vervolgens veel van die kennis mee alsof het natuurwetten zijn.
Af en toe is er een droom nodig om ons eraan te herinneren dat we meer kunnen dan we denken.
Ik haal diep adem…Eefmeermin.
