Harder dan ik denken kan

Mijn vriendin verloor haar grote liefde.
Haar telefoontje:
‘Eef… hij is er niet meer.’

Als een mokerslag. 
Sindsdien waait de wind van vergankelijkheid op volle kracht door mijn leven.

Ik kijk naar mijn lief.
We zitten samen aan tafel. Koffie. Krantje, kookboek. Een achteloos gesprek over de dag.
En ik besef: dit houdt ooit op.
Misschien later.
Misschien eerder dan ik denken kan.

En steeds is er die vraag:
Wie ben ik als hij er ineens niet meer is?

Hoeveel van wie ik ben, bestaat uit ‘wij’?

Wij die samenleven.
Wij die herinneringen dragen.
Wij die elkaar spiegelen, begrenzen, dragen, uitdagen.

In een relatie ontstaan ankers.
Rollen.
Gekke gewoontes en rituelen.
Taal die alleen wij begrijpen.
Een gedeelde geschiedenis als fundament onder mijn bestaan.

Wat gebeurt er als dat fundament wegvalt?
Raak je op drift?
En zo ja; waar vind je weer land?

‘Alles verandert, niets blijft. Ook wie je denkt te zijn.’
Mooie woorden die ik noteerde tijdens een opleiding over vergankelijkheid.
Mooi als concept.

Maar je lief verliezen is geen oefening.
Het is geen gedachte-experiment.
Het is een fysieke werkelijkheid.

Dan sta je daar.
Zonder de ander.
En moet je jezelf opnieuw uitvinden.

Mijn lieve vriendin.
Wie is zij zonder hem?

Ze is aan het overleven wat ze nooit wilde meemaken.
Haar liefde heeft geen adres meer.

En dat maakt mij verdrietig en bang.
Het maakt me ook zuinig op wat dierbaar is.

Ik kijk zachter naar mijn relatie.
Minder vanzelfsprekend.
Kleine irritaties verliezen hun gewicht
wanneer je beseft hoe eindig alles is.

In dit alles voel ik een uitnodiging.
Om vandaag aanwezig te zijn.
Om te voelen hoe kostbaar het gewone is.
Om te beseffen dat liefde altijd een risico is
juist omdat ze tijdelijk is.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *