Instortingsgevaar

Mijn tandarts is er plotseling mee gestopt. Hij was het zat en gaat op wereldreis en heeft geen idee of en wanneer hij terugkomt en of hij dan nog wel tandarts wil zijn. Ik vind hem een moedig mens en hoop dat het hem goed zal gaan.

En dan moet ik ineens op zoek naar een nieuwe tandarts. En dat is voor mij niet zo gemakkelijk. Sinds ik 6 jaar geleden darmkanker kreeg en me overgeleverd voelde aan de artsen die ineens over mij leken te beslissen, geef ik me niet zo gemakkelijk meer over aan de zorg en behandeling van een ander. Tel daarbij nog mijn karakterstructuur op en je zou kunnen zeggen dat mijn uitgangspositie er niet één van blindelings vertrouwen is….

Ik vind een nieuwe tandarts. Gezocht op internet naar een praktijk met een visie, een praktijk met de allernieuwste snufjes en technieken. Ze gaan daar een mooie upgrade van mijn gebit doen, dat is zeker.

Ik ben helemaal in charge, zo voelt het.

De eerste afspraak is een 0-meting; nieuwe foto’s, een check, op basis van tikken en friemelen vaststellen dat er veel gesleuteld is aan mijn gebit. We maken een tweede afspraak waarbij aandacht besteed zal worden aan mijn mondhygiëne en de foto’s zijn dan goed bestudeerd zodat er een plan gemaakt kan worden.

Ik herinner me dat ik me voorbereid op deze afspraak op een manier die helemaal past bij mijn karakterstructuur: “Als ze maar niet denken dat ik ineens elektrisch ga poetsen en een mondspoelmiddel ga gebruiken”. Ik doe het op mijn manier; ik ben nu 53 dus ik laat me niet als een klein kind vertellen hoe ik mijn tandjes moet poetsen! Ik maak er op voorhand al een heel gevecht van. Ik heb al helemaal ingevuld hoe die afspraak eruit zal gaan zien en hoe ik daarop zal reageren.

Ik ben geweldig in charge.

En daar zit ik dan. Op de tweede afspraak. De tandarts kijkt ernstig. Ze geeft me helemaal geen tips over poetsen waartegen ik dan fijn in gevecht kan gaan. Ik krijg een boodschap die me doet krimpen in de stoel. Ik ben ineens dat kleine kind. Ik ben tot op dat moment echt in de veronderstelling dat ik over mijn gebit ga. Ik ben op alles voorbereid maar niet op een boodschap die mij vertelt dat ik helemaal niets te bepalen heb. Mijn strijdlust slaat in één klap om in angst.

Niet meer in charge.

Ik probeer mezelf te herpakken. Ik doe nog een poging om weer in charge te komen. Ik doe dat dan met een klein grapje. Het grapje werkt niet, de boodschap blijft de boodschap.

Volledig not in charge.

Daar ga ik, in het spoelputje. Omhulsel Eef blijft in de stoel zitten. De vergankelijkheid staat in vol ornaat pal voor me. Ik voel me precies als 6 jaar geleden. Iets probeert zich bij elkaar te houden maar ik weet niet wat dat is. Het voelt als uit elkaar vallen terwijl ik niet uit elkaar val.

En ik hoop ineens dat de tandarts zegt dat als ik elektrisch ga poetsen dat dan alles goed komt. En ik ben nu volledig bereid te flossen, te spoelen, op mijn kop te staan, cayennepeper te slikken, 100 x per dag een dansje te doen, als het maar goedkomt. Daar waar ik zo tegen wilde vechten, dat is nu mijn hoop.

Wat een wonderlijke wending!

Ik was er weer een beetje ingetuind. In de illusie van de maakbaarheid van het leven, van mijzelf. Deze ervaring schudt me in één klap wakker. Ik doe wat ik kan om gezond te zijn, om sterk te zijn. Ondanks dat leidt mijn lijf een eigen leven en laat zich niet sturen of controleren. Met dit gegeven heb ik het te doen.

Dit voorval stelt mij in de gelegenheid om weer heel dicht bij mijn ‘instortingsgevaar’ te zijn. Om het recht aan te kijken. En terwijl ik instort, voel ik ook een hele sterke stroom. En voor die stroom zit er maar één ding op: leven! Het leven leeft, of het lijf nou krakkemikkig is of niet, of de omstandigheden rooskleurig zijn of niet. Dat maakt het leven helemaal niets uit.

Eef