Een lieve vriendin belt me met een nare mededeling. Tijdens een jaarlijks routineonderzoek in het ziekenhuis, blijkt het ineens niet helemaal goed te zijn. Er is weer iets gaan groeien op een plek waar dat niet hoort en dat moet weg. Eerst de schrik, hoor ik het goed? Het gevoel van in een gat te vallen. Iets in mij mobiliseert zich onmiddellijk, ik moet zo snel mogelijk uit dat gat. Ik wil haar, en mezelf, zo graag geruststellen. Ik voel de woorden opkomen die ik tegenwoordig overal om mij heen zo regelmatig hoor: ‘het-komt-wel-goed!’

Een zinnetje dat zelfs in een reclame gebezigd wordt (Roosvicee). Een zinnetje dat, heb ik het idee, vaak gedachteloos aan lippen ontsnapt. Een zinnetje dat ons zo goed uitkomt, lijkt wel.

Wat maakt dat dit zinnetje zo vaak wordt uitgesproken? In wat voor situaties voel ik zelf soms de behoefte of neiging om een hoopvolle reactie te geven op een nare boodschap?

Vanuit ongemak is ‘het komt wel goed’ een hele fijne afsluiter. Je zegt er niets mee maar toch klinkt het wel lekker. En als je het dan zelf ook nog gelooft, kun je mentaal meteen weer afscheid nemen van het zware en het moeilijke. Ik voel de neiging tot het uitspreken van beloftes óók als ik bang ben dat het helemaal niet goed komt en ik ook niet weet hoe ik er dan mee om moet gaan, zoals in de situatie van mijn vriendin.

Ik vind het verdomd moeilijk om echt in contact te blijven als ik geconfronteerd word met de onmaakbaarheid van het leven. Zo snel als ik kan, probeer ik de situatie weer maakbaar te maken. Mijn manier: WAT KAN IK DOEN? Ik moet iets kunnen doen, anders voel ik me echt radeloos en nutteloos en zinloos. Ik ga meteen in een actie-modus. Ik ga het goed maken!

Ik heb al vaak meegemaakt dat het helemaal niet goed kwam. Waarom is er kanker, slachten mensen elkaar af, worden kindjes dood geboren? Er is geen antwoord. Mensen worden ziek, hebben honger. Er is niets nodig of zogenaamde gezondheid vervalt in ziekte, pijn, dood. Het hoort bij het leven, net als de fijne en mooie kanten ervan. Maar wat is het moeilijk om om te gaan met zaken die niet veranderbaar zijn, die niet maakbaar zijn.

Ik moet denken aan de periode dat ik zelf ziek was. Toen ik het woord kanker hoorde, dacht ik dat mijn laatste uur had geslagen. Ik herinner me ook nog alle goedbedoelde adviezen en reacties uit mijn omgeving. Veel daarvan waren overgoten met een ‘komt-wel-goed-schatje-sausje’. En hoezeer ik toen ook hoopte dat het waar was, dat het goed zou komen, ik voelde me alleen gelaten en niet gezien in mijn enorme angst. Als iemand zegt dat het wel goed komt, ben je eigenlijk alweer uitgepraat. De ander verlaat je daarmee en kan zelf weer opgelucht ademhalen.

Want wat is het spannend om precies daar te blijven waar je geen antwoorden meer hebt.

Er zijn maar weinig mensen die het aandurven om precies op het meest angstige en enge punt te blijven. Om het grote niet-weten aan te kijken. Om niet meteen te komen met tips en adviezen. Om de werkelijkheid van dat moment helemaal te zien zoals hij is…….
Degene die dat aangaat, is het fijnste gezelschap dat je kunt hebben als je een ‘het-is-niet-goed-boodschap krijgt’.

Ik stap meteen in de auto. Ik moet haar zien en bij haar zijn en haar vragen hoe het met haar is, hoe ze zich voelt. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik weet niet wat ik kan doen. Ik neem me voor om ‘het komt wel goed’ niet in mijn mond te nemen, hoe ongemakkelijk ik me ook voel.

Eef