Onlangs was ik bij een workshop ‘Storytelling’. Hoe maak je een verhaal? We gingen aan de slag met helden, monsters en helpers. Het ging over het vinden van de schat als je al je angsten overwonnen hebt.

In mijn werk luister ik voornamelijk naar verhalen. Niet de verhalen die bedacht zijn om iets te verkopen, maar levensverhalen. In de loop van je leven bouw je aan je verhaal. Je bent iemand omdat je jezelf ziet als optelsom van alles wat je hebt meegemaakt. Soms is dat een mooi verhaal, een andere keer een pijnlijk verhaal en vaak iets daar tussenin.

Net zoals storytelling je ertoe wil bewegen om het verhaal te geloven, om je ermee te verbinden, zo identificeer je je in je volwassen leven met je eigen verhaal: ‘dit is er gebeurd en daarom ben ik nu zo’. Je gelooft je eigen levensverhaal. Dat geeft je houvast in het leven.

Je kunt ook behoorlijk last hebben van je verhaal. Dat is vaak de reden waarom mensen een vorm van begeleiding zoeken: ‘hoe kan ik minder last hebben van mijn verhaal?’ Op een bepaalde manier hoop je dan op een ‘beter verleden’ zodat je in het hier en nu een ander leven kunt leiden.

Ik ben ook een ‘believer’. Ik heb veel verhalen over mijzelf en mijn leven waar ik erg in geloof en zelfs aan hecht. Er is er één die een paar weken geleden in een totaal nieuw daglicht is komen te staan.

Het is alweer 30 jaar geleden dat mama overleed. Op de een of andere manier was die 30 jaar een mijlpaal. Het leidde ertoe dat mijn zussen en ik weer eens in onze herinneringen doken. We begonnen allemaal briefjes, kaartjes en gedichten die we, los van elkaar bewaard hadden, met elkaar uit te wisselen. Allemaal ‘producten’ van de hand van mama. Wat mij vooral opviel, was dat ze allemaal zo geestig en lief waren.

Best gek want mijn ‘verhaal’ over mama is helemaal niet geestig en lief.
Ik heb haar vaak vervloekt en ben heel boos op haar geweest. Ze dronk veel te veel en dat maakte dat ze vaak niet een fijne moeder was. We hebben allemaal behoorlijk geleden onder haar verslaving. En misschien nog steeds wel. Ik heb nooit meer willen kijken naar al die bewaarsels omdat ik boos en gekwetst was. En dat kon ik ook heel goed blijven want er veranderde niets aan mijn boze en gekwetste verhaal.

Het was wonderlijk om ineens in contact te komen met een heel ander deel van het verhaal. Een deel dat nooit meer mee heeft gedaan in mijn ‘verhaal’.  En nu was het er weer. Ik vond het zo fijn om mama op deze manier opnieuw te ontmoeten. Had ik al die jaren nooit meer in de ‘brievendoos’ gekeken om mijn eigen verhaal in stand te kunnen houden? Zou best wel eens kunnen….

Zou het zo kunnen zijn dat iedereen zijn verhaal in stand houdt en het nooit meer echt checkt? Het maakt niet uit of het om een succesverhaal gaat of om een lijdensweg.

In mijn praktijk luister ik eerst naar het verhaal. Waarin gelooft de gecoachte? Wat is in zijn ogen allemaal waar. In plaats van het verhaal direct als ‘waar’ aan te nemen, ben ik vooral benieuwd naar hoe het verhaal tot stand is gekomen. Ik nodig de gecoachte uit om een paar hoofdstukken opnieuw te bekijken. Klopt het verhaal eigenlijk wel? Zeker de hoofdstukken waar je in het nú nog steeds last van hebt.

In de loop van je leven gaat er veel nuancering verloren. In de tijd dat je opgroeit, maak je allerlei ‘vertaalfouten’ tijdens de opbouw van je verhaal. Zeker in je jonge jaren, kun je de context vaak niet overzien en trek je conclusies die passen bij het ontwikkelingsniveau waarin je dan verkeert, met al die vertaalfouten van dien. En die conclusies reizen mee naar je volwassen leven.

Ik wil hiermee niet beweren dat je verhaal niet waar is of dat je het verzonnen hebt. Het is echt heel erg waar in je eigen ogen. Ik wil ook niet beweren dat er geen verhalen zijn die echt heel gruwelijk zijn en ‘echt gebeurd’.

Waar ik graag naar kijk is naar de relatie tussen echt gebeurd en wat je ermee gedaan hebt. Zou je er in het nú ruimte in kunnen krijgen? Zou je er genuanceerder naar kunnen kijken in het nú? Als je met volwassen ogen kijkt naar dit hoofdstuk, wat kun je dan nú zien? En wat zou het je opleveren als je die ruimte en nuance in het nú kunt ervaren? Wat maakt dat mogelijk? Wat hoeft dan niet meer?

Zoals bij mijn conclusie: ‘mama heeft mij pijn gedaan en daarom ben ik boos’. Ik ben blij dat ik de kans kreeg om een hoofdstuk in mijn verhaal te nuanceren. Het heet nu: ‘Mama heeft mij pijn gedaan én ze was heel geestig en lief’. Ik ben boos op haar en ik houd van haar.

Het voelt veel completer en echter, ik ben bevrijd uit een verhaallijn en heb een schat gevonden!

Eef