‘Wie van de twee zou ik zijn?’ vraag ik me af terwijl ik op een terras aan een plein zit. In het midden van dat plein is een fontein die veel kinderen aantrekt. Ik kijk naar de spelende kinderen en mijn oog valt op een jongentje en een meisje van een jaar of 6. Ze hebben allebei een step. Ik blijf dit stel een tijdje volgen.

Al snel wordt mij duidelijk dat de jongen behoorlijk druk is. Er gebeurt van alles in korte tijd. Hij stept naar de fontein, gooit zijn step van zich af, dipt een bierviltje in het water, gooit het viltje weer van zich af, loopt een rondje over de rand van de fontein, pakt zijn step weer op en stept weg. Het meisje probeert hem bij te benen, zo lijkt het. Ze volgt hem en doet hem na. Het gaat een tijdje zo door. Ik zie hem met een stokje in een putdeksel peuteren, dan weer draait hij rondjes met zijn ogen dicht, vervolgens stapelt hij een paar stoelen op elkaar en klimt erop. Het meisje volgt. Telkens verzint het jongetje weer een nieuwe activiteit en het meisje volgt hem daarin.

In eerste instantie gaat mijn aandacht naar de jongen, een boefje. Hij zoekt de grenzen. Ik vind hem interessant. Hij is op avontuur. Hij neemt het ervan, daar op dat plein. Never a dull moment. Na een tijdje observeren, merk ik dat er ook wat lijkt te ontbreken. Hij doet alles alleen. Hij verzint steeds iets nieuws maar doet dat alleen. Hij betrekt het meisje niet bij zijn plannen en ook niet bij de uitvoering. Nu ik dit zo zie, gaat er bijna iets verdrietigs van uit. Hij maakt geen verbinding zo lijkt het.

Het meisje doet enorm haar best om aansluiting bij hem te vinden. Zij lijkt er alles aan te doen om de verbinding wel te maken. Ze volgt hem, raapt alles op wat hij achter zich neergooit, draait ook een pirouetje, legt haar step ook aan de kant als hij zijn step tegen de stoep heeft gekwakt en lacht haar liefste lach.

Zij doet alles behoedzaam. Haar tempo ligt lager. Ze volgt de jongen. Ze verliest hem geen seconde uit het oog. Ze is zijn toeschouwer. Op het moment dat het meisje haar interesse begint te verliezen (of de moed opgeeft), gaat het jongetje enorm zijn best doen om haar aandacht weer te vangen. Ogenschijnlijk is hij niet in haar geïnteresseerd maar als ze dreigt weg te steppen, weet hij haar aandacht weer te vangen met een of andere stunt.

Dit tafereeltje maakt mij ook iets duidelijk. Tijdens hun ‘spel’ is het zo zichtbaar dat beiden over verschillende kwaliteiten beschikken. En ook is duidelijk dat ze elkaar nodig hebben. Het jongetje heeft het meisje nodig om op avontuur te blijven, om de grenzen te blijven verleggen, om een getuige te hebben van zijn activiteiten. En het meisje heeft het jongetje nodig om wat mee te maken, om uit haar comfortzone te komen. Door zijn bokkesprongen, komt zij zelf ook nog eens op creatieve ideeën.

Ik begin te voelen voor het meisje. Ik zie haar ernstige toewijding en ik herken iets van mijzelf in dit meisje. Ik kan soms veel last hebben van ‘het volgende meisje’ in mij. Naast dat het rollenpatroon bevestigend aanvoelt, kan ik me ook klein voelen naast iemand die de lead neemt. Mijn natuurlijke reactie is dat ik me zo ga afstemmen op die ander dat die ander geen last van mij heeft en ik ondertussen, onzichtbaar, goed voor die ander ga zorgen. Op deze manier probeer ik de waardering te krijgen waar ik zo naar verlang.

En in dit proces word ik langzaam maar zeker boos op. Dan zou ik ook zo graag die avonturier, die vormer, die makkelijke prater willen zijn die gevolgd wordt, die toeschouwers heeft. Als ik me verplaats in het meisje op het plein, kan ik mijn eigen pijn, jaloezie zelfs, goed voelen. Ik wil dan zo graag ook ‘het jongetje van het plein’ zijn. Het leven van ‘de jongetjes van het plein’ in deze wereld ziet er zoveel leuker uit. Ze zijn zoveel zichtbaarder en lijken ook zoveel meer waardering te krijgen.

Maar…ik ben nou eenmaal niet de vormer, degene die vooruit de troepen loopt. Mijn kwaliteiten liggen op andere terreinen. Dit tafereeltje helpt me om mijn eigen kwaliteiten meer op waarde te schatten. Het helpt me om in te zien dat het geen zin heeft om te proberen ‘het jongetje van het plein’ te zijn als je dat niet bent. Het helpt me ook om in te zien dat mijn natuurlijke neiging om dan maar te gaan volgen en te faciliteren (en boos te worden) ook niet nodig is.

Ik zie heel duidelijk dat ik de bravoure en durf van ‘de jongetjes van het plein’ nodig heb. Het helpt mij om ook in de wereld te komen met mijn eigen ideeën, mijn eigen vorm. Net als het meisje step ik er een tijdje achteraan, bewonder ik de lef en dadendrang, spreek mijn waardering uit, kom ik op ideeën, voel me iets losser worden, durf ik wat meer en vervolg dan mijn route.

Eef